Artikel 1

Dit reglement geldt voor de jaarlijks te organiseren persoonlijke jeugdkampioenschappen van de Leidse schaakbond. Er wordt gespeeld in de navolgende leeftijdscategorieën:

 

A-1. jeugd "t/m 20 jaar" A-2. meisjes "t/m 20 jaar"

B-1. jeugd "t/m 16 jaar" B-2. meisjes "t/m 16 jaar"

C-1. jeugd "t/m 14 jaar" C-2. meisjes "t/m 14 jaar"

D-1. jeugd "t/m 12 jaar" D-2. meisjes "t/m 12 jaar"

E-1. jeugd "t/m 10 jaar" E-2. meisjes "t/m 10 jaar"

F-1. jeugd "t/m 9 jaar" F-2. meisjes "t/m 9 jaar"

G-1. jeugd "t/m 8 jaar" G-2. meisjes "t/m 8 jaar"

H-1. jeugd "t/m 7 jaar" H-2. meisjes "t/m 7 jaar"

 

De betekenis van "t/m X jaar" is dat het kalenderjaar waarin de maand januari valt van het betreffende schaakjaar, lopend van september t/m augustus, niet meer dan X jaar verschilt met het geboortejaar van in die categorie deel te nemen personen.

 

De jeugdcommissie van de LSB bepaalt aan het begin van het betreffende schaakjaar voor iedere leeftijdsgroep of er voor de jeugd en de meisjes wel of geen aparte kampioenschappen zullen worden gehouden.

Deelname aan de persoonlijke kampioenschappen van de Leidse schaakbond is voorbehouden aan leden van deze bond.

 

Artikel 2

De persoonlijke jeugdkampioenschappen gelden als voorronden voor de landelijke jeugdkampioenschappen. De KNSB bepaalt welke plaatsen in de eindrangschikking recht geven op deelname aan overeenkomstige landelijke jeugdkampioenschappen, en hoeveel meisjes recht hebben op een plaats in de landelijke meisjeskampioenschappen. Indien er een apart meisjeskampioenschap wordt gehouden, is de uitslag daarvan bepalend voor plaatsing voor landelijke meisjeskampioenschappen. Een meisje dat in dat geval deelneemt aan het kampioenschap in de jeugdcategorie kan zich bij dit kampioenschap alleen plaatsen voor het landelijke jeugdkampioenschap.

Binnen een door de jeugdcommissie bepaalde termijn na het einde van het persoonlijk kampioenschap, dient een speler die zich voor een landelijk kampioenschap heeft geplaatst zijn/haar deelname aan dit landelijk kampioenschap schriftelijk te bevestigen bij de secretaris van de jeugdcommissie. Hierbij dient, indien een landelijk meisjeskampioenschap gelijktijdig wordt gehouden met het landelijk jeugdkampioenschap in dezelfde leeftijdsgroep, een voor beide kampioenschappen geplaatst meisje aan te geven aan welk landelijk kampioenschap zij wenst deel te nemen.

 

Artikel 3

Aan het begin van elk schaakjaar stelt de jeugdcommissie van de LSB per categorie vast:

de schaakvereniging of organisatie, die dit kampioenschap organiseert;

de data waarop gespeeld zal worden.

  

Artikel 4

Het speeltempo in de categorieën A en B is veertig zetten in één uur en drie kwartier per persoon per partij, waarna beide spelers één kwartier extra krijgen voor het uitspelen van de partij.

Het tempo in categorie C is vijfendertig zetten in één uur en vijftien minuten per persoon per partij, waarna beide spelers één kwartier extra krijgen voor het uitspelen van de partij.

Het tempo in categorie D is vijftig minuten per persoon per partij.

Het tempo in categorie E is vijfentwintig minuten per persoon per partij.

Het tempo in categorie F t/m H is twintig minuten per persoon per partij.

De wedstrijdleider kan voordat de eerste ronde aanvangt, besluiten deze ronde in bedenktijd te bekorten, maar een speeltempo minder dan 75 % van het in dit artikel gegeven tempo is niet toegestaan. De speeltempowijziging geldt dan voor alle verder te spelen ronden.

In geval van een onvoorziene langdurige onderbreking van de wedstrijden op een van de speeldagen, kan de wedstrijdleider dit ook doen, voordat de eerste ronde volgend op de onderbreking aanvangt.

Het noteren door de deelnemer in de categorieën A t/m E is verplicht; in de categorieën F t/m H is dit niet verplicht.

 

Artikel 5

Het wedstrijdsysteem (poules of Zwitsers) en het aantal ronden is afhankelijk van het aantal deelnemers. Mochten er meer ronden nodig zijn dan op de vooraf vastgelegde dagen gespeeld kunnen worden dan kan de jeugdcommissie, na overleg met de organisatie, bepalen of deze ´extra´ ronden op een extra speeldag of, in geval van de A, B en C-categorie, op verenigingsavonden wordt gespeeld.

 

Artikel 6

Indien er in één of meer van de categorieën A t/m E gespeeld wordt volgens Zwitsers systeem met een vastgesteld aantal ronden en indien het aantal deelnemers in de categorie groter is dan aanvaardbaar voor een betrouwbare bepaling van de spelers (volgens de formule van de KNSB, zie de toelichting), die zich plaatsen voor het landelijk kampioenschap, dan kunnen de deelnemers in deze categorie verdeeld worden in een A-groep en een B-groep. In groep A wordt daarna een Zwitsers toernooi gespeeld. Dit kan in groep B ook, maar in de eindrangschikking van de categorie komt de B-groep na de A-groep, waarbij het aantal punten behaald in het Zwitsers toernooi bepalend is voor de volgorde.

 

Indien tenminste 60 % van de deelnemers een LSB-rating heeft, wordt de verdeling der deelnemers over de groepen als volgt gedaan: De deelnemers spelen een match van twee partijen met verwisseling van kleuren tegen dezelfde tegenstander volgens het in artikel 4 gegeven speeltempo. Hiervoor wordt een lijst op LSB-rating gemaakt (indien er meer dan 75 % van de spelers een KNSB-rating hebben, wordt deze rating gebruikt), van hoge naar lage rating en bij gelijke rating alfabetisch, waarbij spelers zonder rating alfabetisch onder aan de lijst worden geplaatst. De spelers uit de sterkste helft spelen tegen de spelers uit de zwakste helft, waarbij de volgorde van de ratinglijst wordt aangehouden. Bij een oneven aantal spelers wordt de speler in het midden van de lijst in de A-groep geplaatst zonder een match te spelen. De winnaar van iedere match speelt verder in de A-groep, en de verliezer in de B-groep.

Als een match onbeslist eindigt, dan wordt er één snelschaakpartij gespeeld van 5 minuten per persoon per partij, waarbij de speler met de hoogste rating zwart heeft. Na elke zet krijgt een speler 10 seconden extra tijd. De uitslag van deze partij bepaalt de uitslag van de match. Als ook deze partij onbeslist eindigt, wordt de speler met de hoogste rating in de A-groep geplaatst en de andere speler in de B-groep.

 

Indien minder dan 60 % van de deelnemers een LSB-rating heeft, beslist de jeugdcommissie over de vorm van de voorronden om te komen tot een verdeling in twee groepen.

 

Artikel 7

De wedstrijden worden gespeeld volgens "De regels van het schaakspel", zoals vastgesteld door de Wereldschaakbond (FIDE) en zoals aangevuld door de KNSB. Op de speellocatie dient een exemplaar van het FIDE-reglement en de KNSB aanvullingen daarop aanwezig te zijn, evenals een exemplaar van dit reglement.

 

Artikel 8

Voor een gewonnen partij wordt aan de winnaar een punt toegekend. Voor een remise krijgen beide spelers een half punt. Een verloren partij levert geen punten op voor de verliezer.

Voor de eindrangschikking in een categorie is het aantal behaalde punten bepalend. Als twee of meer spelers in een van de categorieën A t/m E met een gelijk aantal punten op dezelfde plaats eindigen, dan zullen er beslissingswedstrijden worden gespeeld, in geval het om de eerste plaats gaat of om plaatsen, die recht geven op deelname aan het landelijk kampioenschap.

 

In alle overige gevallen van gelijk eindigen op dezelfde plaats wordt de volgorde bepaald door achtereenvolgens:

a. weerstandspunten

b. Sonneborn-Berger-score

c. onderlinge partij(en)

 

Indien er hierdoor geen beslissing wordt verkregen, dan zullen er in de categorieën F t/m H beslissingswedstrijden worden gespeeld, in geval het om de eerste plaats gaat of om plaatsen, die recht geven op deelname aan het landelijk kampioenschap. In alle andere gevallen worden degene, die gelijk geëindigd zijn, op dezelfde plaats alfabetisch in de eindstand vermeld. Indien er in dit laatste geval een trofee in het geding is, wordt aan elk van de betrokken spelers een exemplaar van de trofee (eventueel op een later tijdstip) uitgedeeld.

 

De winnaar in categorie A-1 krijgt de titel "Jeugdkampioen van de Leidse schaakbond"; de winnares in categorie A-2 krijgt de titel "Meisjeskampioene van de Leidse schaakbond"; de winnaar c.q. winnares in elk der overige categorieën krijgt de titel "Jeugd- c.q. Meisjeskampioen(e) van de Leidse Schaakbond t/m .. jaar". Aan de titel wordt het jaar waarin de maand januari van het betreffende schaakjaar valt, waarin deze titel wordt behaald, toegevoegd.

 

Artikel 9

Als er sprake is van beslissingswedstrijden, dan worden deze na de laatste ronde op de daaropvolgende dag gespeeld, als volgt:

a. Als twee spelers met een gelijk aantal punten op dezelfde plaats eindigen, dan worden er door hen twee rapidpartijen van 20 minuten per persoon per partij gespeeld met wisselende kleuren.

b. Als er meer dan twee spelers met een gelijk aantal punten op dezelfde plaats eindigen, dan wordt er door hen een enkelvoudige meerkamp gespeeld met als speeltempo 20 minuten per persoon per partij. Voor de meerkamp zullen lotingnummers worden vastgesteld. Het aantal behaalde punten in de meerkamp is bepalend voor de eindrangschikking. Afhankelijk van het aantal landelijke plaatsen, waarvoor de meerkamp gespeeld moest worden, vermindert het aantal spelers na iedere meerkamp door het winnen van een landelijke plaats, of door het niet meer in aanmerking komen voor één van de te winnen plaatsen.

c. Als na de rapidpartijen spelers weer gelijk eindigen, moeten door hen snelschaakpartijen van 5 minuten per persoon per partij gespeeld worden. Hierbij zal het bij twee spelers gaan om twee partijen met wisselende kleuren en bij meer spelers om een enkelvoudige meerkamp van 5 minuten per persoon per partij. Is de stand daarna nog gelijk dan volgt nog een ronde snelschaakpartijen op dezelfde wijze als in de zin hiervoor beschreven. Mocht de stand daarna nog gelijk zijn dan volgt loting.

 

Artikel 10

De organisatie stuurt tenminste vier weken voor aanvang van de (door hen te organiseren) persoonlijke kampioenschappen aan de jeugdleiders van alle schaakverenigingen in de LSB uitnodigingen tot deelname, waarin in ieder geval vermeld wordt per categorie:

a. de dagen waarop de kampioenschappen gespeeld worden

b. de plaats waar gespeeld zal worden

c. het verwachte speeltempo per categorie

d. de uiterste datum waarop aanmelding plaats kan vinden

 

Artikel 11

Het spelen op andere dagen of locaties dan van tevoren vastgesteld is, dient slechts bij hoge uitzondering te geschieden. Hierover dient de organisatie te overleggen met de jeugdcommissie van de LSB.

 

Artikel 12

De organisatie dient zorg te dragen voor een wedstrijdleider die minimaal een gediplomeerd scheidsrechter is.

De wedstrijdleider heeft de bevoegdheid zijn taken gedeeltelijk over te dragen aan een of meer personen, waarbij hij zelf eindverantwoordelijk blijft. Deze persoon of personen zijn verplicht om in geval van problemen, waarvoor de oplossing niet vanzelfsprekend is, de wedstrijdleider te verzoeken een beslissing te nemen.

Ook mag de wedstrijdleider zijn taken in een categorie of in alle categorieën geheel overdragen, maar dan uitsluitend aan een gediplomeerd scheidsrechter.

De wedstrijdleider en zijn assistenten moeten onpartijdig zijn. Ze mogen ook niet de schijn van partijdigheid hebben; dus mogen ze geen scheidsrechter zijn in een groep of categorie, waarin een gezinslid meespeelt. Indien van dit artikel wordt afgeweken, moet daartoe overleg gepleegd worden met de jeugdcommissie van de LSB.

 

Artikel 13

Tegen elke beslissing van de wedstrijdleiding kunnen spelers, eventueel met hulp van hun begeleiders, protest aantekenen. Dit protest dient zo spoedig mogelijk na deze beslissing bij de wedstrijdleider te worden ingediend, maar uiterlijk vóór de eerstvolgende ronde. De wedstrijdleider doet een uitspraak, waarna de wedstrijd wordt voortgezet. Tegen de dan genomen beslissing van de wedstrijdleider kan schriftelijk bezwaar worden aangetekend bij de jeugdcommissie van de LSB door de jeugdleider van de vereniging, waarvan de speler lid is, tot uiterlijk een week na de beslissing. Tegen de uitspraak van deze commissie kan beroep worden ingesteld bij de Commissie van Beroep Competitiegeschillen van de LSB door toezending van een beroepsschrift aan de secretaris van de LSB binnen 14 dagen nadat de jeugdcommissie zijn beslissing heeft bekend gemaakt aan de betreffende jeugdleider.

 

Artikel 14

De jeugdcommissie van de LSB beslist tevens in alle overige geschillen en onvoorziene gevallen.

 

Artikel 15

Wanneer er volgens Zwitsers systeem gespeeld wordt, heeft een deelnemer het recht zich voor maximaal 1 ronde af te melden, mits het volgende in acht wordt genomen:

·        Afmelding dient minimaal 24 uur voor aanvang van de ronde bij de organisatie te geschieden.

·        Een verzuimde ronde levert geen punten op voor de deelnemer.

Wanneer er volgens poulesysteem gespeeld wordt, kan een deelnemer bij de organisatie een verzoek indienen om een partij vooruit te spelen. Wanneer dit verzoek niet gehonoreerd wordt, dient de partij op het oorspronkelijke tijdstip gespeeld te worden.

Een deelnemer die op ongeoorloofde wijze verzuimt, kan voor één jaar van deelneming aan persoonlijke jeugdkampioenschappen worden uitgesloten; dit ter beoordeling van de jeugdcommissie van de LSB, gehoord de wedstrijdleider.

 

Artikel 16

De uitslagen worden doorgegeven aan de ratingcommissaris van de KNSB ter verwerking in de jeugd- en/of volwassenenrating en zullen ook verwerkt worden in de LSB-jeugdrating.

 

Artikel 17

Dit reglement is in werking getreden na vaststelling op de algemene ledenvergadering van de LSB op 13 september 2002 en is gewijzigd op algemene ledenvergadering van september 2006.