Artikel 1

Dit reglement geldt voor het jaarlijks te organiseren basisscholenkampioenschap van de LSB.

Dit kampioenschap omvat 3 fasen:

 

lokale voorronden

de halve finale met 24 teams

de finale met 8 teams

 

Artikel 2

Deze kampioenschappen gelden tevens als voorrondes voor de landelijke kampioenschappen.

 

Artikel 3

De lokale voorronden worden niet georganiseerd onder verantwoordelijkheid van de Leidse Schaakbond, maar onder verantwoordelijk van plaatselijke organisatoren (soms namens de gemeente, soms namens de plaatselijke schaakclub).

De lokale voorronden dienen afgewerkt te zijn voor 15 februari. De uitslagen dienen te worden doorgegeven aan de schoolschaakleider van de LSB.

 

Artikel 4

Aan de halve finale kan alleen worden deelgenomen door scholen uit (evt. hierin samenwerkende) gemeenten waar een lokale voorronde is gehouden. Van een lokale voorronde is sprake als hieraan minimaal 2 teams van 2 verschillende scholen hebben meegedaan.

Uit een lokale voorronde wordt tenminste één team afgevaardigd naar de halve finale. Het maximum aantal teams dat doorgaat naar de halve finale is vastgesteld op 6. In de halve finale en finale bestaat een team uit 4 spelers plus eventuele reserves. De spelers moeten zijn ingeschreven bij de school waarvoor zij uitkomen.

 

Artikel 5

De 24 teams die zullen deelnemen aan de halve finale zullen worden geselecteerd door de schoolschaakleider van de LSB, conform het in artikel 4 vastgestelde minimum en maximum aantal teams per voorronde. De schoolschaakleider houdt hierbij eveneens rekening met uitslagen van de lokale voorronden, met het aantal teams dat per voorronde heeft meegedaan en met de resultaten van de diverse gemeenten in de voorgaande jaren. De verdeelsleutel kan van jaar tot jaar verschillen en wordt jaarlijks besproken in de jeugdcommissie.

 

Artikel 6

Elk jaar stelt de jeugdcommissie van de LSB tenminste zes weken voor aanvang van de halve finale vast:

 

de plaats waar en de data waarop de halve finale en de finale gespeeld zullen worden; met het oog op de landelijke basisscholenkampioenschappen moet de finale plaatsvinden voor 1 april.

de wedstrijdleider.

 

Artikel 7

De wedstrijdleider wordt aangewezen door de jeugdcommissie van de LSB. De wedstrijdleider heeft de bevoegdheid zijn taken geheel of gedeeltelijk over te dragen aan één of meer personen, waaronder tenminste één lid van de jeugdcommissie van de LSB.

 

Artikel 8

De wedstrijden worden gespeeld volgens ''De regels van het schaakspel", zoals vastgesteld door de Wereldschaakbond (FIDE) en zoals aangevuld door de KNSB. Op de speellokatie dient een exemplaar van het FIDE-reglement en de KNSB-aanvullingen daarop aanwezig te zijn, evenals een exemplaar van het onderhavige reglement.

 

Artikel 9

Het speeltempo in de halve finale is een half uur per partij. Klokken worden niet gebruikt; niet beëindigde partijen worden gearbitreerd door de wedstrijdleider.

Het speeltempo in de finale is 20 minuten per persoon, per partij. Hierbij wordt wel met de klok gespeeld.

 

Artikel 10

In de halve finale wordt gespeeld in 4 poules van 6 teams. Indien van een school meerdere teams worden ingeschreven dan worden deze teams in verschillende poules opgesteld. Iedere poule speelt een halve competitie (5 wedstrijden). De bovenste twee teams van iedere poule gaan over naar de finale.

 

Artikel 11

De in het speelprogramma eerst genoemde teams spelen aan de oneven genummerde borden met wit, aan de even genummerde borden met zwart.

 

Artikel 12

Voor een gewonnen partij wordt aan de winnaar één bordpunt toegekend.

Voor een remise-partij krijgt ieder van de spelers een half bordpunt.

Een verloren partij levert geen bordpunt op.

Aan het team, dat in een wedstrijd meer bordpunten behaalt dan de tegenpartij, worden twee matchpunten toegekend; behalen beide teams evenveel bordpunten, dan verkrijgen ze elk één matchpunt (gelijkspel). Een team dat minder bordpunten heeft gescoord dan de tegenpartij, krijgt geen matchpunten.

 

Artikel 13

Winnaar van een groep is het team dat het grootste aantal matchpunten heeft behaald. Eindigen op grond hiervan twee of meerdere teams gelijk, dan gelden voor het toekennen van de plaatsvolgorde achtereenvolgens de volgende regels:

 

het team dat het grootste aantal bordpunten heeft behaald.

het team dat de onderlinge wedstrijd heeft gewonnen, c.q. het team dat de beste score behaalde uit de onderlinge wedstrijden (bij gelijk-eindigen van meer teams).

het team met het beste resultaat uit de onderlinge wedstrijd(en) (grootste aantal bordpunten) aan de eerste drie borden en zo vervolgens.

als op grond van de criteria 1 t/m 3 geen winnaar kan worden aangewezen dan beslist het lot.

Op dezelfde wijze wordt de verdere plaatsvolgorde vastgesteld.

 

Artikel 14

De jeugdcommissie is belast met de uitvoering van dit reglement en beslist in alle geschillen en onvoorziene gevallen.

 

Artikel 15

Tegen elke beslissing van de wedstrijdleiding kunnen spelers, of hun jeugdleiders, protest aantekenen. Dit protest dient zo spoedig mogelijk na deze beslissing bij de wedstrijdleider te worden ingediend, maar uiterlijk voor de eerstvolgende ronde. De wedstrijdleider doet, zo mogelijk in overleg met leden van de jeugdcommissie, een uitspraak, waarna de wedstrijd wordt voortgezet. Tegen de dan genomen beslissingen van de wedstrijdleider kan schriftelijk bezwaar worden aangetekend bij de jeugdcommissie van de LSB; tegen de uitspraak van deze commissie kan hoger beroep worden aangetekend bij de geschillencommissie van de LSB.

 

Artikel 16

Het spelen op andere dagen of lokaties dan vastgesteld dient slechts bij hoge uitzondering te geschieden. Hiervoor is toestemming nodig van de wedstrijdleider.

 

Artikel 17

Dit reglement is vastgesteld door de algemene ledenvergadering van de LSB in september 1995.